Pluimveehouderij

Toekomstbeeld

In de pluimveehouderij van de toekomst vervaagt het onderscheid tussen de huidige leghennen- en vleeskuikenhouderij doordat er gebruik wordt gemaakt van robuuste dubbeldoelrassen. Dit zijn kippen die worden gehouden voor zowel de eieren als het vlees. Een eerste stap in die richting is het gebruik van minder productieve vleeskuiken- en leghenrassen. Alle dieren krijgen toegang tot een uitloop. Er is een diergericht ontworpen stal beschikbaar, met aparte gebieden om te rusten, eten, drinken, scharrelen of stofbaden. De dieren komen uit het ei in de stal en blijven hun hele leven op hetzelfde bedrijf. Dit voorkomt stress door wisselingen in omgeving, voer, etc. en verkleint daardoor de kans op verenpikkerij.

De mest wordt dagelijks uit de stal verwijderd. Dit voorkomt het ontstaan van ammoniak en fijnstof. Dit gebeurt met diervriendelijke technieken, zoals de mestschuifel. Daarnaast kunnen eventueel technieken gebruikt worden die het fijnstof uit de lucht afvangen. De mest wordt afgezet op eigen land of in samenwerking met lokale akkerbouwers.

Mestschuifel

De mestschuifel en het stofbadhuis zijn innovaties die zijn ontwikkeld door WUR in samenwerking met een aantal partners. Deze technieken worden momenteel getest en praktijkrijp gemaakt. De systemen hebben de potentie om zowel dierenwelzijn als milieu te verbeteren. De mestschuifel trekt een zeef onder een laag van houtsnippers door, waardoor mest uit de houtsnippers wordt gefilterd. Dit heeft voordelen voor het milieu, omdat hierdoor fijnstof en ammoniak naar verwachting zullen afnemen. Ook wordt het stalklimaat hierdoor gezonder voor en mens en dier. Voor de kippen biedt het een dikkere ondergrond om in te scharrelen én een schonere lucht. Echter kunnen de kippen niet in de houtsnippers stofbaden, wat wel één van hun belangrijkste natuurlijke behoeften is. Daarom is het stofbadhuis ontwikkeld, waar de kippen heerlijk in zand kunnen stofbaden. Het is essentieel dat deze twee systemen alleen in combinatie met elkaar gebruikt gaan worden in de praktijk. Het is een innovatie die zowel voor leghennen, vleeskuikens als andere soorten pluimvee gebruikt kan worden. Daarmee kunnen ze een grote impact hebben op zowel dierenwelzijn als de uitstoot van schadelijke stoffen.

Het wordt momenteel onderzocht of met de mestschuifel en het stofbadhuis in de stal er minder fijnstof- en ammoniakvorming is, waardoor het stalklimaat gezonder wordt voor de boer en de dieren. Door de schonere lucht in de omgeving geeft het minder overlast voor omwonenden, wat bijdraagt aan de maatschappelijke acceptatie en het bedrijf toekomstbestendiger maakt.

Inrichting vrije uitloop

Nederland kent in vergelijking met veel andere Europese landen, relatief veel vrije-uitloopbedrijven. Vrije uitloop biedt de kippen welzijnsvoordelen. Ze hebben meer frisse lucht en ruimte, zonlicht en een meer gevarieerde omgeving. In de uitloop kunnen ze goed hun natuurlijk gedrag vertonen, zoals scharrelen en stofbaden. Hoe beter de uitloop gebruikt wordt door de kippen, hoe beter het is voor het dierenwelzijn.

Uitloopgebruik kan worden gestimuleerd door het aanplanten van bomen en struiken, eventueel aangevuld met schuiltafels of zonnepanelen. Kippen zijn namelijk bosdieren, en een beschutte uitloop biedt beschutting tegen roofdieren en slechte weersomstandigheden. Daarnaast zorgt beplanting van de uitloop voor meer biodiversiteit, kunnen bomen CO2 vastleggen en helpen bomen bij het weren van wilde watervogels in de uitloop – die vormen een risico voor pluimvee, omdat ze vogelgriep kunnen overdragen.

Naast een verlaagd risico op een vogelgriepbesmetting kan een betere inrichting van de uitloop meer voordelen hebben voor de boer. Zo kunnen zonnepanelen groene stroom leveren, en kan de beplanting (bijv. fruit- of notenbomen, miscanthus, wilgen) een extra inkomen opleveren.

Meer weten? Kijk bijvoorbeeld hier:

LIDL Kipster 1009101534 7615

Integraal duurzame stallen

Integraal duurzame stalsystemen zijn ontworpen op basis van de belangrijkste behoeften van dier, mens en milieu. Voor de dieren houdt dit bijvoorbeeld in dat ze voldoende ruimte en strooisel hebben om in te scharrelen, dat ze kunnen stofbaden, maar ook dat ze naar een (overdekte) uitloop kunnen om daglicht en frisse lucht te ervaren. Omgevingsverrijking, zoals strobalen en het strooien van graan, stimuleren het natuurlijke gedrag van de kip. Ook is het belangrijk om voldoende verhoogde rustplaatsen zoals zitstokken en plateaus te hebben.

Omdat integraal duurzame stallen bijdragen aan meerdere duurzaamheidsdoelen, zijn ze toekomstbestendiger en geven ze de boer meer zekerheid niet op korte termijn opnieuw te hoeven investeren. Bij het ontwerp van de stallen is rekening gehouden met de belangrijkste behoeften van de dieren, waardoor het welzijn van dieren enorm verbetert. Dit draagt bij aan de maatschappelijke waardering voor de boer.

Een belangrijke uitdaging bij pluimveestallen is fijnstof. Aan fijnstof van pluimvee kunnen endotoxinen zitten die een gevaar kunnen vormen voor de humane gezondheid. Fijnstof ontstaat grotendeels uit de mest. Daarom is het belangrijk om de mest zo snel mogelijk uit de stal te verwijderen, bijvoorbeeld via mestbanden of innovatieve technieken zoals de mestschuifel. Hierdoor worden zowel de fijnstof- als de ammoniakemissies verlaagd. Een manier om stallen klimaatneutraler te maken, is door niet de hele stal te verwarmen maar gebruik te maken van broedkappen of infraroodpanelen – dit bespaart energie en de warmte kan worden opgewekt met duurzame energie.

Voorbeeldbedrijven, zoals Kipster en de Windstreekstal, zijn hier te vinden.

Robuuste rassen met langere levensduur

De huidige kippenrassen zijn sterk gespecialiseerd in eier- of vleesproductie. Dit brengt dierenwelzijnsproblemen met zich mee. Zo kan een hoge eierproductie o.a. tot meer borstbeenbreuken leiden. En bij snelgroeiende vleeskuikens kunnen skelet en organen die snelle groei niet bijhouden, waardoor de kuikens moeite kunnen krijgen met hun mobiliteit, pootproblemen en andere gezondheidsklachten kunnen krijgen. Door trager groeiende of zelfs dubbeldoelrassen te gebruiken, nemen deze welzijnsproblemen grotendeels af. Kippen van dubbeldoelrassen leggen wat minder eieren, maar leveren meer vlees op dan de huidige legrassen. Hierdoor is er meer potentie om ook de hanen van deze rassen te verwaarden – een alternatief voor het doden van eendagshaantjes.

Doordat dubbeldoelrassen meer voer nodig hebben per ei of kg vlees, wordt aangenomen dat de milieu-impact hoger is. Echter, bij rundvee is aangetoond dat indien er systeembreed wordt gekeken, dubbeldoelrassen wel degelijk voordelig kunnen zijn. Dit komt bijvoorbeeld omdat er minder dieren alleen voor vlees gehouden hoeven te worden, of omdat de dieren beter kunnen omgaan met voer van reststromen (of in het geval van runderen grasland). Daarom is het belangrijk dat ook voor dubbeldoelkippen deze mogelijkheden worden onderzocht. Zo toont recent onderzoek aan dat de footprint van trager groeiende vleeskuikens, in tegenstelling tot wat vaak wordt gezegd, lager ligt dan die van snelgroeiende kuikens, omdat ze minder soja in hun voer hebben.

Kippen van dubbeldoelrassen leggen wat minder eieren, maar leveren meer vlees op dan de huidige legrassen. Zo kan de boer zich richten op twee producten, wat zorgt voor risicospreiding. Bovendien zijn robuuste dieren minder bevattelijk voor ziektes en verenpikkerij wat voor boeren de dierenartskosten of verliezen verlaagt. Robuuste kippenrassen kunnen mogelijk, net als robuuste rundveerassen met gras, toe met voer van reststromen dus minder soja. Hiermee zijn de voerkosten lager en draagt de boer bij aan het verlagen van de broeikasgasemissies, waar een financiële beloning tegenover kan staan.

Rondeel kip 1

Win-verliesmaatregelen

Win-verliesmaatregelen zijn maatregelen die bijdragen aan één doel, maar een negatief effect op een ander doel (zoals dierenwelzijn) hebben. Deze zouden daarom niet moeten worden toegepast, of zo snel mogelijk uitgefaseerd. Voorbeelden van win-verliesmaatregelen in de pluimveehouderij zijn:

  • Luchtwassers
    Luchtwassers leiden niet tot een beter stalklimaat. Ook zijn ze moeilijker te combineren met open stallen en uitloop. Luchtwasserkanalen zorgen voor een groter risico op snelle verspreiding van een stalbrand. Daarnaast vergen ze een grote investering voor de veehouder, gebruiken ze stroom, water en/of chemicaliën en vergen ze onderhoud. De emissiereductie die wordt beoogd, wordt niet altijd behaald.

  • Fokken van dieren op hogere efficiëntie en productiviteit
    Dit is nadelig voor dierenwelzijn, omdat het leidt tot meer productiegerelateerde problemen zoals kreupelheid (vleeskuikens), chronische honger (ouderdieren) en zwakke botten (leghennen). Deze problemen kunnen ook zorgen voor meer sterfte en ziekte, wat voor veehouders niet fijn werken is, en leidt tot verspilling van grondstoffen zoals voer.

  • Mestschuiven
    Mestschuiven houden de strooisellaag dun, met als doel om fijnstof- en ammoniakvorming tegen te gaan. De strooisellaag wordt hierdoor echter te dun voor de dieren om goed in te kunnen scharrelen en stofbaden. Betere alternatieven zijn mestbanden of de mestschuifel.

Contact

Heb je een vraag? Of wil jouw organisatie ook meedoen aan deze campagne? Stuur ons een e-mail.